MODERNE DANS

Moderne dans

Moderne dans is ontstaan aan het begin van de twintigste eeuw, in een zoektocht naar meer aardse en natuurlijke bewegingsvormen dan die van het klassiek ballet. Isadora Duncan is een moderne danser van het eerste uur. De bewegingsvocabulaire bij moderne dans is vrij. Maar kenmerkend voor moderne dans is bewust een relatie te leggen tussen de vorm van de beweging en de (innerlijke) oorsprong (impuls) van de beweging. Bij het ontstaan van moderne dans ligt de nadruk op dans als uitdrukkingsvorm van een gevoel, idee of lichamelijke gewaarwording (expressionisme). De moderne dans kent een grote verscheidenheid aan technieken, die voortkomt uit een specifieke visie op de relatie tussen innerlijke ervaring, beweging, tijd en ruimte. Het onderzoeken van en kijken naar dans vanuit de aspecten: lichaam, ruimte en energiegebruik, wordt uitgewerkt door Rudolf Laban, één van de eerste belangrijke leermeesters van de moderne dans. Hij ging op zoek naar de wetten van natuurlijke bewegingsharmonie. Annemieke Wauters, hoofddocent van Studio Inspiratie, is opgeleid en gespecialiseerd in Labantechniek.

Andere voorbeelden van dansexpressionisten zijn: Mary Wigman, Martha Graham (Grahamtechniek), Doris Humphrey en José Limón (Limóntechniek).

In het midden van de twintigste eeuw ontstaat de postmoderne dans. De essentie van de postmoderne dans is het menselijk lichaam en haar bewegingen. Er wordt gewerkt met het onafhankelijk laten bewegen van verschillende lichaamsdelen (isolaties). En de verschillende theateraspecten zoals licht, muziek en kostuums, krijgen een zelfstandige identiteit en logica. Door gebruikmaking van toevalsprocedures als choreografische compositiemethode (bepaling van volgorde e.d. in een choreografie) wordt het bewuste waarnemen en denken omzeilt. Dit kan leiden tot spannende nieuwe mogelijkheden en combinaties, die een  meer onbewuste inhoud de ruimte geven, zonder daar specifiek mee bezig te zijn. Merce Cunningham is één van de voorlopers in de postmoderne dans. Deze stroming wordt als ingang bij Studio Inspiratie gebruikt om te spelen met dansmateriaal. Ook wordt het als onderdeel van oefeningen gebruikt als uitdaging voor de samenwerking tussen hersenhelften en het lichaam.

Binnen de postmoderne dans ontstaat een behoefte aan humanisering van de moderne dans en afzetten tegen de gevestigde orde. De nadruk ligt meer op het proces (het ontstaan, het maken van een choreografie) en minder op resultaat en uiterlijke waarde. Er wordt veel gewerkt vanuit improvisatie. Performers kunnen ook ongetrainde mensen zijn en basisbewegingen van menselijk voortbewegen kunnen als uitgangspunt dienen voor dans. Het brengt meer diversiteit in lichaamsbouw van dansers. Het experimentele karakter is belangrijk. De performances   proberen de perceptie van de toeschouwer te verruimen onder andere ten aanzien van tijd en ruimte, door gebruik te maken van herhaling en op locatie werken. En ook ten aanzien van normen en waarden hetgeen een open instelling van het publiek vraagt. Het Judson Dance Theatre en de ‘Dancers’Workshop Company’ van Anna Halprin zijn voorbeelden van danswerkplaatsen waar zo gewerkt werd.
Annemieke, oprichtster van Studio Inspiratie, is met haar achtergrond als danstherapeut en theatermaakster van eigentijds theater, nauw verbonden met aspecten van deze stroming. De stroming past ook goed bij de amateurdanskunst, die een grote diversiteit aan dansers kent en belang hecht aan het proces van dansen en improvisatie als onderdeel daarvan.

Binnen de postmoderne dans is een grote verscheidenheid aan dansvormen ontstaan: Pure dans, waaronder de minimale dans (Krisztina de Châtel) valt en de vrije dans met contactimprovisate (Steve Paxton) als één van de technieken. Mime dans, waarin een speelse benaderingswijze kenmerkend is en dierlijke bewegingen vaak voorkomen evenals acrobatische bewegingen (Pilobolus-Dansgezelschap). Performance-dans, waar de ervaring en het proces voorop staan. En Multimedia-dans, waarin objecten een rol spelen of waarin een combinatie gemaakt wordt met andere kunstvormen. En alle mengvormen van voorgaande. De grondleggers van de postmoderne dans in Nederland waren o.a. Pauline de Groot en Koert Stuyf.

Naast de postmoderne dans is de ontwikkeling van het expressionisme ook doorgegaan, vooral in Europa. In het neo-expressionisme ligt veel nadruk op zeer lichamelijk bewegingstheater, waarin belevingsthema’s en   gevoelens op een rauwe manier tot uitdrukking worden gebracht. Pina Bausch was de moeder van deze stroming en Anne-Teresa de Keersmaker is één van de danskunstenaars waar ze invloed op heeft gehad.

Algemene aspecten van moderne dans

  • Contact met de grond (middels dansen op blote voeten, rol- en valbewegingen en sprongen)
  • Economisch gebruik van lichamelijk beschikbare energie
  • Spanning versus ontspanning
  • Adem
  • Bewust ruimtegebruik
  • Spiraalbewegingen (draaien)
  • Zwaaibewegingen
  • Isolaties
  • Balans versus disbalans
  • Plaatsing van het lichaam
  • Variatie in dynamiek
  • Verlengen vanuit het centrum, ruimte creëren in de gewrichten.
  • Omgaan met zwaartekracht (meegeven of tegen bewegen)
  • Vloeiend doorbewegen-stops-herhalingen-verrassende wendingen.

Isadora Duncan

Rudolf Laban – ©Bundesarchiv

Martha Graham

José Limón

Pina Bausch